> VPT home > Zichtlijnen > Archief Zichtlijnen > Theatergebouwen > Theatergebouwen nieuwbouw en renovaties > 'Door yver in liefde bloeyende', renovatie van de Stadsschouwburg Amsterdam, Ruud de Koning, Zichtlijnen 94, mei 2004
'Door yver in liefde bloeyende', renovatie van de Stadsschouwburg Amsterdam, Ruud de Koning, Zichtlijnen 94, mei 2004
 
 

Eerste fase renovatie Stadsschouwburg Amsterdam voltooid

‘Door Yver in Liefde Bloeyende’


Ruud de Koning

Bij het woord ‘schouwburg’ vormt zicht bij velen van ons direct een beeld van het Leidseplein in Amsterdam. En dat is niet onterecht. De woorden schouwen en burg zijn een rechtstreekse vertaling van het Grieks-Latijnse ‘theatrum’; ze werden door Vondel samengevoegd om als naam te dienen voor de eerste  Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht. De naam bleef ook met het verrijzen van het gebouw uit 1894 zoals we dat nu kennen bewaard.

In dit gebouw werd afgelopen zomer, en nu eens zonder dat daar een schouwburgbrand aan voorafging, begonnen met een grootscheepse verbouwing van het toneelhuis en de zaal. Er is ijverig en liefdevol aan behoud en verbetering van de schouwburg gewerkt en er wordt alles aan gedaan om een nieuwe bloeiperiode van dit instituut mogelijk te maken – vandaar dat boven dit artikel het motto is geplaatst van de Nederduytse Academie, het Amsterdamse theater uit het begin van de zeventiende eeuw.

Op mijn keukentafel ligt een artikel uit de Volkskrant van vrijdag 12 februari 1999. Op de voorpagina van het katern Kunst en Cultuur wordt met hoge verwachtingen uitgekeken naar het verschijnen van het rapport-Lawson. Dit stuk zou bepalend zijn voor de verdere ontwikkeling van de Stadsschouwburg en onderzocht de mogelijkheid van een vlakkevloertheater in samenhang met een nieuwe organisatie. Hoe dat is afgelopen moge bekend zijn. Inmiddels weten we dat de verbouwing die we op deze plaats beschrijven slechts een onderdeel is van een veel groter geheel. Via de hoofdingang bereiken we straks zowel het oude lijsttoneel als de nieuwe zaal, maar krijgen we ook toegang tot het achter de schouwburg gelegen gebouw van De Melkweg. De drie ingangen die de gevel van het gebouw vroeger zo kenmerkten lijken daarmee in figuurlijke zin weer in ere hersteld te worden. Ook de oude theaterzaal heeft na de verbouwing een verbinding met het verleden. Vroeger leunde men tijdens de voorstelling namelijk staand tegen schotten die op de vloer waren aangebracht. Uiteraard is de zaal nu wel gevuld met nieuwe stoelen, maar ze kunnen allemaal verwijderd worden en het is mogelijk geworden om de zaal tot aan de achterbalustrade als vlakke vloer op het podium te laten aansluiten. Een jarenlange wens ging hiermee in vervulling. Het publiek kan genieten van een volledig gerestaureerde zaal en een nieuw luchtbehandelingsysteem. Wie goed oplet ziet dat ook de kroonluchter volledig werd opgeknapt.

The New Machine

Onze interesse wordt gewekt door de nieuwe trekkeninstallatie van de firma Trekwerk uit Weesp. Op de Vakbeurs van 2002 konden we hier voor het eerst mee kennismaken. De introductie deed toen enig stof opwaaien. Aan vele koffietafels werd met bewondering gesproken over de nieuwe lieren en het besturingssysteem met de tot de verbeelding sprekende naam The New Machine (TNM). Uit onverwachte hoek stonden er opeens fluisterstille machines waarvan de enorme diameter direct opviel. De motor van werd vernuftig in het binnenste van de trommel weggewerkt. Door de grootte van de trommel kon de totale breedte van de lier tot veertig centimeter worden beperkt. Door de lieren voor de even trekken aan de linkerkant van het toneelhuis te plaatsen, en die van de oneven trekken aan de rechterkant, ontstaat precies de gebruikelijke afstand van twintig centimeter tussen de trekken. Problemen met verseizing behoren bij deze trommelmaat tot het verleden.
De trekkenwand werd samen met de punttrekken geheel vervangen. Een grote ingreep, maar er gebeurde nog meer. De zijbruggen werden smaller gemaakt, zodat de trekroedes tachtig centimeter langer konden worden. De veertig centimeter extra stof aan weerzijden van de afstopping zal door veel gezelschappen erg gewaardeerd worden. De orkestbaklift werd vernieuwd en van Spiraliften voorzien. We hebben lang op deze prachtige technologie moeten wachten in ons modderige landje, maar gelukkig heeft men er bij dit project voor gekozen om het geld in de installatie te stoppen en niet in het slaan van putten en het boren van gaten.
De constructie van de orkestbak is de moeite van het bekijken waard. In plaats van de gebruikelijke balkenconstructie zien we hier een stalen frame, dat met behulp van een robotlaser exact op de maten en rondingen van de bak is gesneden. De secundaire balken die we normaal gesproken tussen de houten vloer en het dragende frame zien, kunnen nu vervallen. Door middel van vier Spiraliften wordt het totale hefvermogen van 25 ton overgebracht op de twaalf oude steunpunten. De vloer van de orkestbaklift heeft dezelfde belastbaarheid gekregen als de toneelvloer. En ook de nieuwe vloer in de zaal werd aangepast aan de eis van 500 kg per vierkante meter.

Het einde van de zwarte wand

Het gebeurt maar zelden dat een oud theater er in esthetisch opzicht op vooruit gaat na een verbouwing. Naar mijn smaak wordt er meestal te weinig aandacht besteed aan de vormgeving backstage. In dit geval hebben zowel het adviesbureau als de installateur hun uiterste best gedaan om het oude aanzien te behouden. Niet alleen de stijl van de meer dan honderd jaar oude bruggen, met hun typerende stalen strippen in rasterpatroon, maar ook de oude kleuren zijn geheel in het nieuwe ontwerp overgenomen. Niets in het aanzicht van de toneeltoren doet vermoeden dat er recentelijk een volledige renovatie heeft plaatsgevonden.
Een even groot compliment gaat wat mij betreft uit naar de keuze om de zwarte wand die zich achter de oude trekkenwand bevond te zandstralen, zodat het aanzicht op het toneel nu rondom door baksteen wordt bepaald. Een kleine mijlpaal op de weg naar mijn vurige wens om op toneel meer licht en lucht te krijgen. Het is goed om te zien dat de menselijke aspecten ook aandacht hebben gekregen. Het plaatsen van de mechanische trekkenwand was tenslotte vooral bedoeld ter verbetering van de arbeidsomstandigheden.
De oude, schuin oplopende toneelvloer werd niet vervangen. Het blijft dus oppassen met kisten op wielen in Amsterdam. De intrigerende vraag hoe de nieuwe zijtrekken moesten worden gesteld hield het bouwteam enige tijd bezig. Waterpas of schuin met de vloer oplopend? Voor beide valt iets te zeggen. De wens om vakken en doeken zonder moeite op de vloer te kunnen laten aansluiten overwon. De trekken werden onder dezelfde hoek gesteld als de vloer. De oude zijtrekken werden herplaatst onder de zijbruggen. Ook onder de portaalbrug is een trek verschenen. Deze blijkt zelfs elektrisch te worden aangedreven.
De vraag hoe men deze situatie heeft opgelost in combinatie met een contragewicht kon snel worden beantwoord. De geheel nieuwe portaalbrug werd van een directe aandrijving voorzien. En dan valt ineens op dat het uiteinde van de manteau afgerond is. Het ziet er veel logischer en praktischer uit dan de gebruikelijke driehoeksvorm.

Prachtige boogconstructie

We gaan met de lift omhoog en stappen op het niveau van de rollenzolder uit. De aanblik hier is zonder meer spectaculair te noemen. Waar ooit het beeld volledig werd gedomineerd door staalkabels en geleiders is nu een open ruimte ontstaan. Het fragiele staal van de boogconstructies die het dak dragen geven de ruimte de sfeer van een oude fabriekshal. De beloopbaarheid is optimaal; op de volledig vlakke lamellenvloer is geen struikelpunt te vinden. Het is een rollenzolder die in vele opzichten kan voldoen aan de criteria van een volwaardige werkruimte. De strak langs de wanden geplaatste lieren contrasteren mooi met het oude gebouw. De handtekeningen van de gastheren die mij hier rondleiden worden langzaam zichtbaar. De lamellenvloer is scharnierend gemaakt. Elk paar lamellen kan, als waren het luiken in een scheepsdek,  worden geopend om zo eenvoudig een hijsoog door te laten. Maar ook de toegang tot de schijven onder de vloer wordt op deze wijze eenvoudig mogelijk. Elke lamel wordt bij het sluiten door een rubber demping opgevangen.
Reind Brackman van de firma Trekwerk en Louis Janssen van HWP Theateradvies laten zien hoe eenvoudig het is om mooie, veilige en werkbare oplossingen te vinden. Vol trots wordt mij de plaats van de eerste ‘Loden Louis’ getoond. Ook de rollenzolder heeft nu een vast meetpunt gekregen. Niet ten onrechte, want met de mogelijkheid om vijftien takels en twaalf punttrekken eenvoudig over de rollenzolder te verdelen zal het nodig zijn om ook hier nauwkeurig de juiste positie te kunnen bepalen. Door toepassing van een wisselsysteem kunnen de takels zonder grote inspanning tussen de zes spantenvakken verdeeld worden.
De lieren van de 76 trekken worden door middel van vier computers aan het besturingssysteem gekoppeld. Twee daarvan zijn gereserveerd voor alle real-time processen. Op het toneel zien we de grote bedieningspost staan, die kan worden aangevuld met twee kleinere. Ook zijn er twee radiografische afstandbedieningen ontwikkeld.
Het hele systeem is aangesloten op een noodstroomvoorziening, waarmee in het geval van een storing met enige beperkingen nog gewoon doorgewerkt kan worden. Het aanbrengen van een tweede reminrichting wordt hiermee als veiligheidseis omzeild. Naast een zeer compacte motorunit levert dit voor de gezelschappen tevens als voordeel op dat er bij stroomuitval nog onder gecontroleerde condities afgebroken kan worden. Wie ooit zelf wel eens door middel van het handmatig lichten van de remmen een trek heeft moeten laten zakken zal samen met mij hopen dat de installatie in de Stadsschouwburg een nieuw uitgangspunt mag worden.

Lastmeting

De staalkabels van de trekken worden onder de lier omgeleid naar de rollen onder de lamellenvloer. De kracht die bij deze omleiding op de schijf wordt uitgeoefend wordt via een scharnierend frame overgebracht op een zogenaamde ‘load-cell’ die in combinatie met de gemeten waarden aan de as van de motor wordt omgezet in een getal dat het gewicht van de last uitdrukt. Niet alleen de waarde per trek wordt geregistreerd, ook het totale gewicht van de lasten in een spantenvak wordt gecontroleerd. De gewichten van de lasten in alle trekken worden verwerkt tot een voorspelling van de mogelijke overschrijding van de limieten in het geval van een noodstop. Opmerkelijk is dat het systeem een rekenwijze hanteert waarbij de versnelling wordt gecompenseerd. Een last van een kwart ton die met een snelheid van 0,8  meter per seconde omhoog wordt getrokken zal op de uitlezing toch met een waarde van 250 kg worden aangegeven. De baan die de trek aflegt wordt door middel van trajectmeting vergeleken met de berekening die vooraf werd gemaakt. Indien de werkelijke positie niet overeenkomt met de voorspelling dan zal het systeem de beweging stopzetten. De meetgegevens van de reeds uitgevoerde trajecten worden opgeslagen in het geheugen en gebruikt bij een volgend vergelijkbaar changement. Zo leert het systeem van elke beweging die wordt berekend en uitgevoerd.
Voor de berekening van de positie is een nulpunt nodig. Normaal gesproken is dit het niveau van de toneelvloer. Maar hoe doe je dat als de toneelvloer schuin naar achteren oploopt? Neem je dan voor elke trek afzonderlijk het punt dat zich er loodrecht onder bevindt, of kies je er voor om Bronzen Bert voor alle trekken als centraal nulpunt in te stellen? Bij TNM is de keuze eenvoudig. Het nulpunt van elke trek is afzonderlijk in te stellen. Tussen de ingestelde punten wordt een virtuele lijn getrokken die als referentie voor de overige trekken dient. Zo kunnen lijnen, krommes of een zelf een zaagtandpatroon ingesteld worden. Er zou zelfs voor elke trek een referentiepunt kunnen worden ingesteld. Omdat er geen sprake is van een absoluut nulpunt kan op een later tijdstip de virtuele nullijn ook worden verplaatst. Tijdens de repetities kunnen de bewegingen nog zonder verhoogde vloer geprogrammeerd worden. Op het moment dat het atelier de vloer aflevert en monteert stel je de nulpunten in op de nieuwe hoogten, en kunnen alle bewegingen weer zonder meer uitgevoerd worden. Dat ook op dit besturingssysteem gekozen is voor het verlagen van de snelheid bij lasten met een hoger gewicht dan 250 kg geeft mij wat meer vertrouwen in een veilige toekomst. Want het leek er even op dat we in ons huidige tijdperk dan wel de schouwburgbranden onder controle hadden, maar dat er door de combinatie van zeer hoge snelheden en zeer zware lasten een minstens even grote bedreiging op ons af kwam. Het bouwteam heeft met dit project bewezen dat een doordacht en innovatief ontwerp ook praktisch uit te voeren is. Ik hoop van harte dat ijver, liefde en bloei ook in de volgende renovatiefasen van de Stadsschouwburg leidende begrippen blijven.